• DSC0116
  • HendrinePeikepad1
  • OLV ter eik1

'Eigen'-aardigheden

Elke gemeente heeft ze wel, die bijzondere plekjes waar aardige anekdotes over te vertellen zijn.
Soms zijn deze plekjes duidelijk in het straatbeeld aanwezig, maar vaak genoeg zijn ze verscholen in het landschap of achter latere bebouwing. Ook in Veldhoven zijn er diverse van deze plekjes te vinden. De afgezonderde locatie draagt bij aan verwaarlozing van het object; weer en wind lijken vrij spel te hebben. Maar beide aspecten - de locatie en het zichtbare verval - verhogen het mystieke karakter.

Soms kunnen die sporen van vroeger door nieuwe ontwikkelingen in deze tijd weer actueel worden. Het kan de aanleiding vormen om nieuwsgierig te worden naar het verhaal of de naamgeving erachter. Zijn de verhaaltjes echt gebeurd of zijn het (deels) 'slechts' legenden? Lees de 'eigen'-aardigheden op deze site, bezoek de locaties en oordeel dan zelf!

Reacties op deze verhaaltjes, aanvullingen hierop of suggesties voor andere 'eigen'-aardigheden kunt u altijd insturen!

De klokkuil van de Zonderwijksche akkers

'Wie het eenzame pad volgt, dat over den zandigen bodem tusschen dorre heidevelden en mastbosschen van Veldhoven naar het naburige Oerle leidt, merkt in den nabijheid van het gehucht Zittard, eenige schreden van den weg, eenen ronden kuil. Vroeger was deze kuil gedeeltelijk met water gevuld, tegenwoordig staat hij gewoonlijk droog. Niets bijzonders merkt men er aan op, niets. - Maar, wie er op Kerstnacht, juist ten 12 ure, zich durft bevinden, kan uit de diepte zware, sombere klokketonen hooren.'1) Het verhaal gaat, dat hier heel lang geleden een klok verzonken is.

Deze kuil, in de volksmond de 'klokkenkuil' of 'klokkuil' genoemd, is op de Topografische kaart 3) van Veldhoven nog terug te vinden. Zij bevindt zich in het buitengebied bij Zittard tussen de Roskam en de Antwerpse Baan.

De klok zou afkomstig zijn uit Steensel en zou daar in de Franse Tijd (1672) uit de toren geroofd zijn, om er kanonnen van te gieten. De kar waarop de klok werd vervoerd, bleek niet bestand tegen het gewicht van de logge klok, de as brak! De klok kwam neer op de grond en zonk enkele centimeters in het zand. Men groef het zand rondom de klok weg. Het was de bedoeling om er enkele houten palen onder te steken en de klok vervolgens op een steviger voertuig te laden.
'Maar - hoe vreemd - hoe dieper men groef, hoe dieper de klok zonk en hoe lang men met graven aanhield weet ik niet, maar de ronde, vrij diepe kuil, door 't graven ontstaan, en hier algemeen bekend onder den naam 'de Klokkuil', wijst u de plaats waar de Steenselsche klok gezonken is.' 1)

De bijnaam van de klok schijnt 'Oeike' te zijn. Een vrouw uit de buurt kwam eens dicht bij de kuil en heeft de klok aangeroepen: 'Oeike, doe een mirakel'. 'Oogenblikkelijk kreeg het wijf een stijven hals, waarvan ze niet meer is hersteld. 1+2)

Het gebied is nogal groot en ook niet overal even toegankelijk. Of de Klokkuil zich nog ergens bevindt is een raadsel. Dat maak eigenlijk helemaal niks uit, want los van de speurtocht naar de exacte plek is het een pracht van een wandeling!!

Bronvermelding:

  1. Bécourt, W. de Volksverhalen uit Noord-Brabant. Utrecht : Het Spectrum, 1980. - p. 20-21
  2. 'Spokerijen in de Kempen: volksverhalen / verzameld door P.N. Panken. Zaltbommel : Europese Bibliotheek, 1983. - p. 68
  3. Topografische kaart Veldhoven 51D

 

+

Hoe de Klokdijk aan haar naam is gekomen

In de Tweede Wereldoorlog vorderden de Duitsers een groot aantal kerkklokken in Nederland teneinde ze om te smelten tot oorlogstuig. Elk dorp mocht slechts één klok behouden, die tijdens gevaar als alarmklok kon dienen.
Zo ook in Veldhoven!
In de Caeciliakerk hingen twee luidklokken, beide vervaardigd door Hendrik Petit uit Aarle-Rixtel. De kleinste in 1801, de grootste in 1815.
In januari 1943 werden beide klokken uit hun toren gehaald om te worden afgevoerd. 1)

Drie jonge mannen uit Veldhoven, Antoon Waarma, Jan Sliepenbeek en Jan Hoeks besloten heldhaftig de klok te redden. Zij beraamden een plan om de klok weg te kapen en te laten onderduiken.
'Met de klok op een inderhaast in elkaar gelast steekwagentje trokken we door de Dorpstraat richting Dreef. Alles ging goed tot dat het touw doorschuurde en de klok van het wagentje schoof. Zij kwam met een zware slag rechtop op de straat te staan. We doken verschrikt een sloot in en wachtten met bonzend hart af, of er iets zou gebeuren. Alles bleef stil. Het zware karwei werd voortgezet. Bij de zuid-oost hoek van 'Den Doolhof' werd de klok op haar zij gelegd. Alle drie maakten we een kruis, duwden tegelijk en met een flinke plons verdween de klok in het water en de modder van de gracht.' 2)

Na enige tijd kon men de klok zien liggen, omdat het waterpeil in de gracht begon te zakken. Enkele boeren hebben toen met behulp van paarden de klok uit de gracht getrokken en iets verderop begraven.
Deze plek (voorheen de Oude Beemd Dijk 3) is vernoemd naar het avontuur met de klok en staat nu bekend als de Klokdijk. 4)

Op 1 januari 1945 werd de klok teruggehangen in de toren. Vanwege een scheur verloor de klok eind 1991 haar functie. In 1992 werd de klok overgebracht naar de hoek Kleine Dreef / Klokdijk waar een klokmonument was opgericht. De oude bronzen luidklok werd opgehangen in een klokkenstoel.
Op deze plek vindt sinds 1995 elk jaar op 4 mei de gemeentelijke Dodenherdenking plaats met een toespraak door de burgemeester, de kranslegging en twee minuten stilte. 5)

Bronvermelding:

  1. Coenen, Jean / Veldhoven: van Toterfout tot heden. - Veldhoven : Stichting Veldhoven van Gisteren naar Morgen, 2006. - p. 394 - 395
    Bijnen, J.F.C.M. / Driekwart eeuw St. Caeciliakerk Veldhoven. 1988. - p. 63
  2. Bijnen, J.F.C.M. / Driekwart eeuw St. Caeciliakerk Veldhoven. 1988. - p. 65
  3. Plattegrond Veldhoven 1959. (Collectie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  4. Plattegrond Veldhoven. Falkplan, 2006.
  5. Website Stichting Doden Herdenking Veldhoven http://www.dse.nl/~sdv/
+

Kabouters in Veldhoven

Eeuwenoude volksverhalen vertellen dat er kabouters woonden in Oerle, in de buurt van de prehistorische grafheuvels. Maar er woonden ook ontzettend veel kabouters in Meerveldhoven.
Deze 'aardmennekes' waren zeer geliefd bij de mensen. 's Nachts gingen ze namelijk flink aan het werk: bakken, dorsen, karnen. Onze voorouders maakten hier handig gebruik van. Wilde men bijvoorbeeld boter laten maken dan zette men 's avonds de boterstand klaar en legde een stuiver op de rand. Men kon er dan van verzekerd zijn 'dat er 's anderendaags gebotterd was'.
Ploegen, eggen, dorsen, wannen… alles deden die mannekes, soms voor niets. Soms vroegen ze als beloning om een kat, 'want kattenvleesch aten zij geerne. Dit braadden zij dan gemeenlijk boven het vuur. Tot vergoeding van eene kat of eene andere gift, voorspelden de Kaboutermannekes aan de gevers of hunne huisgenoten veel geluk; want die goede ventjes kenden ook de kunst van waarzeggerij.' 1) Nooit deden ze iemand kwaad, alleen aan bespieders hadden ze het land. Die straften ze dan ook. Een boer die net zijn oog voor een spleet in de deur hield om te kijken hoe de kabouters aan het werk waren hoorde zeggen: 'Blaas den diejen het licht maar uit'. Zijn verdere leven was hij blind aan zijn rechteroog. 2)

Boerderij De Heskok te Meerveldhoven

Veel verhalen spelen zich af op een hoeve in Meerveldhoven, genaamd De Heskok. De Heskok was een boerenbedrijf en lag aan de inmiddels verlegde Gender. Nu ligt daar de Provincialeweg. De hoeve lag waar nu de huisnummers 40 tot en met 50 zijn, globaal gezien tussen de Kapelstraat en de Burgemeester van Hoofflaan. Eigenlijk waren het twee boerderijen (zie A en B op de kaart 3), later is er nog een derde boerderij (C3) bijgebouwd aan de andere kant van de straat, op de hoek van de Raadhuisstraat en de Provincialeweg. Nu ligt daar een plantsoen. 3) en 4) De buurtvereniging in deze omgeving draagt nog steeds de naam De Heskokkers.

De kabouters waren erg graag op De Heskok. Ze huisden in onderaardse gangen bij de boerderij.
'Op de boerderij de Heskok te Meerveldhoven kwamen de kabouters vaak. Da' was de boerderij van mijn vaders vader, da' was ook 'n Jodocus Couwenberg. 'De Heskok': daar waren de kaboutermennekes thuis. 's Nachts werkten ze, ze bakten en 's morgens was alles gedorsen, zuiver. ' 5)
'De kaboutermennekes, die kwamen vroeger bij Joos Couwenberg op 'de Heskok'; die zaten rond 't vuur mee d'r pootjes op de pannen en die hebben 'n heel veld afgedorsen, zuiver.' 5)
'Veur 'n botterhammeke gingen die kaboutermennekes dorsen in 'de Heskok', moar je zag ze niet zitten. Ze kregen overal wa' en as ze niks kregen, dan zeeën die kaboutermennekes: "we zullen 's een rooie kat over het huis laten lopen" en dan stoken ze het af.' 5)

Het vertek van de kabouters uit de Kempen via de Goorstraat

Koning Kyrië is de bekendste Kempische kabouter. Op de dorpspomp in Hoogeloon staat zijn standbeeld. Uit de verhalen blijkt, dat hij zo'n anderhalve eeuw geleden koelbloedig is doodgeschoten door een jager bij de Duivelsberg in Riethoven. Nog dezelfde avond ging het droevige nieuws van koning Kyrië's dood door heel het kabouterrijk in de Kempen. En overal werd gezegd 'Och, och, is koning Kyrië dood, dan gaan we weg van hier". Ook door de mensen werd het druk besproken en zo hoorde iemand uit Veldhoven welke nacht de kabouters van De Heskok zouden vertrekken. 'Wat 'n mooie gelegenheid om dat volkje van nabij gade te slaan en hunne getalsterkte te kunnen opnemen; want hoogstzelden kreeg iemand een kabouter te zien.' Ondanks de welgemeende waarschuwing van de veldwachter begaf de nieuwsgierige held zich op weg naar de Goorstraat. Hij verborg zich in een droge sloot en wachtte met kloppend hart op de dingen die komen zouden. Middernacht precies zag hij in de verte een grote stofwolk oprijzen van een talloze menigte. 'De moed zonk hem in de schoenen. In zijn angst wist hij niet beter te doen dan zich schuil te houden onder een nabijzijnd houten bruggetje. Tot aan de knieën moest de arme stumper in 't water staan en... blijven staan, want de drom kabouters kwam nader en was zo groot, dat hun getal niet eens bij benadering was in te schatten. Bij duizenden en duizenden trokken de kabouters over den vonder. Toen de eerste stralen der zon zich spiegelden in 't water waagde 't onze held eindelijk uit zijne schuilplaats te voorschijn te komen. Geen enkele kabouter was meer te bespeuren, maar de Goorstraat was zoo vol stof, dat de man geen hand voor oogen kon zien en genoodzaakt was een anderen weg in te slaan om zijne woning terug te vinden'. 6)

Aan de Goorstraat 12 staat een huis met een tuin vol honderden tuinkabouters.

Kabouterwijk

In juni 1956 werd in Meerveldhoven een nieuw wijkje gebouwd.
De straten in deze buurt zijn vernoemd naar de legendes die zich hier hebben afgespeeld zoals de Aerdmennekesbaan en de Sagenstraat.
Ook 'individuele' kaboutermannekes en -vrouwkes uit vertellingen zijn vernoemd: Abramsdreef, Adriaansdreef, Ariespad, Christiaansdreef, Jacobsdreef, Jertespad, Kleertjespad en Koning Kyriëweg.
De speeltuin tegenover de wijk heet Kabouterdorp. Ook de buurtvereniging draagt die naam. 7)

Fietsroute 'Aerdmennekestocht', zie downloadbare routes

Dit is een fietsroute met als thema de eeuwenoude volksvertellingen over kabouters die in de Kempen de ronde doen. De route voert o.a.langs de grafheuvels waar de kabouters graag huisden, Eersel, Hoogeloon en Steensel. U fietst langs verschillende bezienswaardigheden die de legende over Kabouterkoning Kyrië en zijn Kempenkabouters doen voortleven.
Deze themafietsroute is gebaseerd op het bekende fietsroutenetwerk waarbij u eenvoudig van 'knooppunt' naar 'knooppunt' fietst.
De fietsroute is 44 km en kan eventueel ingekort worden.

Bronvermelding:

  1. Bécourt, W. de Volksverhalen uit Noord-Brabant. Utrecht : Het Spectrum, 1980. - p. 58
  2. Louwers, K. De kabouters der Kempen p. 135 - 141
  3. Run, A. de De Heskok. - Campinia, nr. 25, april 1977. p. 28

Coenen, Jean / Veldhoven: van Toterfout tot heden. - Veldhoven : Stichting Veldhoven van Gisteren naar Morgen, 2006. - p. 185 - 186

  1. Sinninghe, J.R.W. Noord-Brabantsch sagenboek dl. 2 p. 2 . Verteller is Judocus Couwenberg te Meerveldhoven
    Sinninghe, J.R.W. Noord-Brabantsch sagenboek dl. 2 p. 2 . Verteller is Van Lieshout te Zeelst.
    Sinninghe, J.R.W. Noord-Brabantsch sagenboek dl. 2 p. 2 . Verteller is Peer van de Ven te Zeelst.
  2. Cuypers, J. Kaboutersprookjes. (1890)
  3. Jeroen van Sambeeck / Een halve eeuw kabouterwijk, en meer. In: Eindhovens dagblad, 13 juni 2006
+

Onze-Lieve-Vrouw ter Eik

(St Lambertuskerk - Kapelstraat Zuid 18 te Meerveldhoven)

Meerveldhoven groeide in de late middeleeuwen uit tot een van de voornaamste Mariabedevaartplaatsen van Brabant. Het verhaal gaat, 'dat in 1264 een dorper in een eikenboom een beeld der Moeder Gods zag staan. Hij nam het mede naar zijne woning, miste het den volgenden morgen en zag het toen weder aan den eik terug'. In de legende is opgetekend dat de kleden van Maria omzoomd waren met slijk, een teken dat zij zelf de weg terug was gegaan. Dit herhaalde zich nog twee maal. 1)
Dit wonderbaarlijke voorval werd beschouwd als een aanwijzing dat Maria op die plaats vereerd wilde worden. Er werd een eenvoudige kapel rondom de eik gebouwd waarvan men de laagste takken afzaagde om de omvang van de kapel te beperken.

Het beeldje in de eik was middelpunt van grote devotie. De wonderbaarlijke gebeurtenissen en gebedsverhoringen gingen in de Kempen van mond tot mond. Van heinde en ver, vanuit België en Frankrijk, stroomden de bedevaartgangers toe. Vooral in de meimaand raakten de inwoners van Meerveldhoven vaak in verlegenheid door het grote aantal bezoekers. Buiten het dorp werden daarom tenten opgeslagen om de pelgrims onderdak te bieden. Te voet, te paard, op karren, op elkaar leunend en steunend kwamen de bedevaartgangers in een eindeloze stroom naar de kapel. 2)
'De grote toeloop van gelovigen in de late middeleeuwen verklaart mogelijk de aanleg en de naamgeving van de voormalige O.L. Vrouwedijk naar Waalre en de O.L. Vrouwebrug over de Dommel'. 3)

In 1648 werd de boom omgehakt door de protestantse overheid. De overheid vond de boom een bedreiging. Het beeldje dook onder in het kasteel van Blaarthem. In 1672 was het weer terug, nu in een kamer van een woonhuis. De pelgrims bleven komen.
In de parochiekerk van Meerveldhoven, op vrijwel de zelfde oude plek, wordt nog altijd Onze Lieve Vrouw ter Eik vereerd. Hoewel de boom en het beeldje niet meer oorspronkelijk zijn, blijft het toch een geliefde plaats voor rust en meditatie. In de boom hangen tal van ex voto's, dat zijn geloftegeschenken, die getuigen van verkregen genezingen op voorspraak van de heilige Maagd. 4) Ook nu nog is de verering van O.L. Vrouw ter Eik nog steeds omvangrijk: gedurende het jaar bezoeken tussen de 20.000 en 30.000 bedevaartgangers de kapel. Vooral in de Mariamaand mei en tijdens de Maria Hemelvaart lichtprocessie in augustus neemt de toeloop van pelgrims, zowel op individuele basis als in een georganiseerd verband, een hoge vlucht. 3)

Bronvermelding:

  1. Maria's Heerlijkheid in Nederland. - Amsterdam : Bekker, [1909]. - P. 426 - 431: Kronenburg, J.A.F. Onze lieve vrouwe ter Eik te Meerveldhoven.
  2. Franken, Harrie / Maria te minnen. Kroniek van de Kempen 1981. - Hapert : De Kempen, 1982, p. 24
  3. Het Meertens Instituut
  4. Museum 't Oude Slot
+

'Het Vijverbergje' oftewel ''t Koepeltje'

Aan het einde van de Oude Kerkstraat, komende vanaf Oerle, richting Wintelre;, zie je als je goed op let, aan de rechterkant van de straat, midden in de weilanden en akkers een klein vervallen torentje staan. Dwars door de akkers en door de weiden, via een zandpad en een toegangshek is het mogelijk om het vervallen gebouwtje van dichtbij te bekijken.
Het zinken torendakje zit er nog op maar waar vroeger ramen en een deur hebben gezeten, zie je nu alleen nog maar afgebrokkelde muren. Ook het plafond ziet er beroerd uit.
De eenzame ligging maakt nieuwsgierig: wat is dit ooit geweest en hoe komt dat torentje hier terecht?

Opkomst en verval

Het torentje dateert uit 1873 en is gebouwd door Lambert Hezenmans. Deze architect is zeer beroemd geworden vanwege zijn restauratiewerkzaamheden aan de Sint-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch. Hezenmans genoot tijdens zijn leven veel aanzien om zijn kennis en kunde als bouwmeester. In 1873 werd hem het lidmaatschap van La Société Française d'archéologie aangeboden. Twee jaar later benoemde het Sint-Bernulphusgilde hem tot erelid en later tot beschermheer.

Hezenmans was ook lid van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Bovendien was hij gedurende een aantal jaren na 1880 als directeur aan de Ambachtsschool in 's-Hertogenbosch verbonden en gaf hij rond 1882 enige tijd les als leraar bouwkunde aan de Koninklijke School. De restauratiewerkzaamheden aan de Sint-Janskathedraal bleven echter gedurende meer dan vijftig jaar de voornaamste bezigheid van Lambert Hezenmans. Dit was zijn levenswerk. 1) 2)

Het torentje stond vroeger aan de rand van een vijver en te midden van hoge bomen. Daaromheen lag een gracht met een prachtig bruggetje er over.

In 1932 werd er een goede toegangsweg aangelegd en in 1939 ook nog een tennisbaan. Helaas werd er vaak veel vernield en gestolen. Dat was de reden, dat in 1956 de zusters het buitenverblijf verkochten.Een aantal van de bomen staat er nog steeds en de contouren van een vijver zijn ook nu (najaar 2006) nog goed te zien.
Oorspronkelijk vormde het geheel een buitenplaats ter onspanning voor de kinderen van het in Oerle gevestigde zusterspensionaat. Men noemde het ook wel 'het Vijverbergje' en later ' 't Koepeltje'.

In juni 1984 werden een groot aantal hoge bomen gekapt in verband met de aanleg van een nieuwe baan van vliegveld Welschap.

Dierenbegraafplaats

Er schijnen plannen geweest te zijn, om van het terrein een dierenbegraafplaats te maken. Het Koepeltje zou hierbij wellicht een rol kunnen vervullen, bijvoorbeeld als ceremonieplekje...
Zover is het helaas nooit gekomen. Jammer!

Bronvermelding:

  1. Brabantse biografieën: levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders / J. van Oudheusden e.a. (red.) - Deel 2. - Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Meppel/Amsterdam 1994
  2. Restauratie-architect Lambert Hezenmans in 1885 (collectie Stadsarchief 's-Hertogenbosch)
  3. Oude foto's van 't Koepeltje zijn afkomstig uit de collectie van Frans Loots uit Oerle.
  4. Bijnen, J.F.C.M. / Het koepeltje: een verdwijnend 'monument'. - Campinia, 22e jrg. (1992), nr. 84 (januari). - p. 26 - 28
  5. Bijnen, Jacques / Veldhoven: historische spiegeling. - Veldhoven : Bijnen, 1998. - Cultuurhistorische Verkenningen in de gemeente Veldhoven, een reeks van de Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven. Op pagina 97 staat een ansichtkaart uit 1926 hoe het Koepeltje er oorspronkelijk uitzag.
+

De 'duvel met bokspoten' in Café De Kers in Oerle

Op de plek in Oerle waar nu eetcafé en uitgaanscentrum 'De Kers' ligt lag vroeger herberg 'De Drie Zwaantjes'. Er heeft ook nog een poosje een brouwerij gestaan. 
De schepenen en de borgemeesters van Oerle kwamen in deze herberg om te vergaderen. Tot 1934 bleef in Oerle de naam 'De Drie Zwaantjes' in gebruik, sinds die tijd noemt men het 'De Kers'. De naam 'De Kers' is ontleend aan de familie Kers (voorheen Kirsch) die een tijdje in deze herberg woonde. 
Het was een ouderwets klein cafeetje met rieten stoelen en wit zand op de vloer. 
De ingang van het café was toen aan de zijde van de Zandoerlesweg. 1)

In 1961 werd het café gesloopt en werd er een nieuw café neergezet. In 1982 brandde het af en werd het café opnieuw opgebouwd. 2)
'De Kers' is nu een modern café, maar vroeger speelde zich hier een spannend verhaal af: De duivel kwam kaarten op kerstnacht...
Het verhaal is afkomstig van mevrouw de Vroom te Oerle die in die tijd café 'De Kers' bewoonde. Vele inwoners van Oerle bevestigen het verhaal. 3)

Kaarten met de duivel in café 'De Kers'

Vroeger was de nachtmis met Kerstmis écht een nachtmis: de mis begon 's ochtends om 5 uur!!
Om zich niet te verslapen gingen sommige mensen niet naar bed. Ze bleven op tot de klokken waarschuwden dat het tijd was voor de nachtmis.
Een aantal mannen ging ook wel eens kaarten in de kroeg. 'Doorhaauwers' werden dit soort types genoemd. Dit 'blijven' of 'doorhaauwe' vond men in het algemeen hoogst afkeurenswaardig zeker als het in herbergen gebeurde.
In Oerle in café De Kers wilden drie mannen kaarten, maar ze waren met één man te weinig. Het wachten was op een vierde man.
Gezeten bij de warme kachel, viel hun 't wachten op den duur toch wat lang. Had men maar 'de vierde hand' gevonden, dan kon men een kaartje leggen tot de Kertmis begon. Juist wilden ze vertrekken toen er een vreemdeling binnenkwam die wel mee wilde spelen... Men dronk... men speelde... men dronk... men speelde... en terwijl de klok het vijfde uur in de morgen sloeg voor de nachtmis stopten ze niet, maar gingen door. In de warme, maar met walgelijke tabaksrook gevulde gelagkamer speelde 't viertal voort... 't was tijd - ja meer dan tijd...
' 't kan nu toch niet meer helpen,' zegt de vreemde, 'de mis is half uit. Kom geef maar rond, er komen vandaag nog missen genoeg.'
De spelers voelden wel, dat ze verkeerd handelden. Het spel wilde ook niet meer vlotten. De hand van een van de spelers beefde, zijn kaarten vielen op de grond. De speler bukt onder tafel, tast in het duister op den vloer en vat - o schrik!- een ruigen paardepoot. 'De vreemde had bokspoten'. Bewusteloos viel de kaartspeler op de grond neer. De vreemdeling sprong op en verdween door het raam naar buiten. Een verstikkende zwavelreuk vervulde 't vertrek.
Niemand van het drietal wist er later iets meer van hoe hij was thuisgekomen - maar nimmer meer namen ze 't kaartspel ter hand in den Kerstnacht. 2, 3, 4, 5)

Bronvermelding:

  1. Café 'De Kers' te Oerle. Foto dateert uit 1938 en komt uit de collectie van Frans Loots uit Oerle.
  2. Coenen, Jean / Veldhoven: van Toterfout tot heden. - Veldhoven : Stichting Veldhoven van Gisteren naar Morgen, 2006. - p. 236
  3. Sinninghe, J.R.W. Noord-Brabantsch sagenboek dl. 2. - p. 107, 110
  4. Bécourt, W. de Volksverhalen uit Noord-Brabant. Utrecht : Het Spectrum, 1980. - p. 19 - 20 Het verhaal heet hier De kaartspelers op kerstnacht. Ze hebben het hier over een herberg in Zeelst!
  5. Janssen, Ben / Het Dansmeisje en De Lindepater: sagen en legenden uit Kempen, Meierij En Peel. 1978.
+

Lambertuskerk

Op een kleine groene vlakte, aan het begin van de Hagendoornseweg, wordt de passant eraan herinnerd dat op deze plek ooit de Lambertuskerk heeft gestaan. De bestrating in het grasveld geeft de contouren aan van de voormalige kerk, een herdenkingssteen geeft uitleg. De kerk was aan het begin van de 16e eeuw gebouwd voor de parochie Meerveldhoven en werd na een hevige storm in 1803 gesloopt. Het bouwwerk was eerder al diverse malen onherstelbaar beschadigd. Pas door werkzaamheden media 1975 kwamen de fundamenten van de Lambertuskerk te voorschijn.

+

Openluchttheater De Wetering

Een goed bewaard geheim van Veldhoven is Natuurtheater De Wetering in de buurt van Recreatiecentrum 't Witven. Er staan geen borden die de weg wijzen naar de locatie van dit bijzonder gelegen openluchttheater. Vreemd is dat niet. Al decennialang wordt het theater aan zijn lot overgelaten en hebben natuurkrachten vrij spel gekregen. Overwoekerd door mossen, brandnetels en braamstruiken is de vorm van het theater nauwelijks meer te herkennen.

Oorsprong

De oorsprong van het theater gaat terug naar 1956. Het theater is aangelegd door Chr. van Mol, de toenmalige exploitant van Recreatiecentrum 't Witven. 

Het is gebouwd in de vorm van een klassiek amfitheater en ligt geheel omgeven door bomen en struikgewas. Het heeft een zeer gunstige ligging ten opzichte van de zon en ook de aanwezigheid van een klankvijver maakt het geheel tot een fantastische plek. Het theater biedt plaats voor zo'n 750 personen. Helaas werd het maar drie jaar gebruikt.

Het theater nu

Het natuurtheater is nu enkel nog te bereiken via de oever van het riviertje de Run.
Na even zoeken zie je een open plek tussen hoge bomen. Bemoste tribunes waartussen braamstruiken woekeren. De vijver, die dienst deed als klankbord, staat vol riet.


In 2006 heeft B en W in Veldhoven nog met de gedachte gespeeld om te onderzoeken of het openluchttheater gerenoveerd zou kunnen worden.
De meerderheid van de politiek besloot echter het geld liever te reserveren voor 'de Strip der Muzen': culturele evenementen in het gebied dat loopt van kerkplein d'Ekker via de Burgemeester Van Hoofflaan naar het Meiveld en het Minneveld en het Burgemeester Elzenpark.

Bronvermelding:

  1. Nota van zienswijzen: Geactualiseerde Cultuurhistorische waardenkaart/T. Smits, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Provincie Noord-Brabant, 21 maart 2006
  2. Eindhovens Dagblad 24 november 2006: Natuurtheater: erg groen...
  3. Eindhovens Dagblad 13 december 2006: Veldhoven: toch geen natuurtheater
  4. Eindhovens Dagblad 19 december 2006: Natuurtheater slachtoffer van 'wisseling van wacht'
  5. Eindhovens Dagblad 20 december 2006: Politiek laat natuurtheater bij Witven vallen
  6. Plattegrond Veldhoven 1959. (Collectie Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)
  7. Ahrenberger woensdag 10 januari 2007: Strip der Muzen krijgt voorrang
+

Raadselachtig monumentje

Tijdens de Toterfoutwandeling kom je op het Hoogeind, bijna op de grens met Vessem, een bijzonder en raadselachtig monumentje tegen.
'Jan Faasen' staat er op. '1930 - 20 '. 'Hoogeind', 'Nu voor later.'
Als je er langs wandelt, rijst vanzelf de vraag: 'Welk verhaal zou hier achter zitten?'

Nieuwsgierig geworden gaat VVV Veldhoven op zoek naar de achtergrond bij dit monumentje. Lokale Omroep Veldhoven plaatst een oproepje en enkele weken later heeft VVV veldhoven een interessant gesprek met Jan Faasen zelf.

In gesprek met Jan Faasen:

Jan Faasen is geboren en getogen in Veldhoven.
Jan heeft het monumentje gebouwd in 2000, op eigen grond. De gedachte die er achter zit is meteen de rode draad van zijn hele leven: 'Nu voor later'. 'Alles wat men nu doet, doet men meestal voor later. Als ik vanavond ga slapen, doe ik dat om morgen fit te zijn'.
Hoewel het monumentje niks gekost heeft, is het toch stevig gebouwd en goed bestand tegen vandalisme.
Met een stuk hout is alles afgemeten, er is geen meter of waterpas gebruikt. Het monument is opgebouwd met oude zwerfkeien, twee grote platte stenen die vroeger een deksel van een beerput vormden, een hele grote zware omgekeerde bloempot vormt een soort tafeltje…. En het ligt op een prachtig stukje grond in het buitengebied van Veldhoven. 'Vlakbij mijn kerstbomen.'

Lachend zeg Jan: 'Ze zeggen wel eens: 'Gekken en dwazen schrijven op muren en glazen'. Maar ik vind het gewoon leuk om jaartallen en namen op mijn gebouwtjes en dergelijke te zetten'.

En dat klopt! Want leuk en boeiend is het, zo'n monumentje zomaar in het midden van nergens! Een bezoekje waard!

+

Over de St. Jan de Doperkerk, de Sint Janstros, de Johannesschotel en het Johannesaltaar...

Sint Jan de Doper, de patroon van Oerle

Bijna een eeuw geleden ging Oerle, Oers op z'n Brabants, en een paar andere dorpskernen samen verder als Veldhoven. Desondanks heeft Oerle nog steeds een heel eigen identiteit.
Dit uit zich o.a. in de verering van St. Jan, de patroon van de parochie. De viering van de geboortedag van Johannes de Doper op 24 juni houdt veel inwoners van Oerle bezig.

De Sint Janstros

Er wordt door de inwoners veel zorg besteedt aan het maken van een zogenaamde Sint-janstros, die na de mis (nadat de tros gezegend is!) aan veel huizen boven of naast de voordeur wordt opgehangen.
De Sint-janstros is een klein boeketje bloemen dat in ieder geval de volgende bestanddelen bevat: bladeren van de noteboom (symbool voor vruchtbaarheid), korenbloemen (symbool voor onschuld) en natuurlijk St.Janskruid (zonnesymboliek).

Ook wordt wel beweerd dat de roodachtige vloeistof van de fijngewreven St. Janskruidbloemen symbool staat voor het bloed van Johannes. Bloemen die in Oerle veel verwerkt worden zijn: margrieten, koningsvaren, vergeetmijnietjes, duizendschoon ('lievemennekes'), vingerhoedskruid, bolderik en rozen. Men is vrij om andere bloemsoorten toe te voegen. Gebruikelijk is om het geheel op karton vast te naaien, maar het boeketje wordt ook wel gemakshalve samengebonden. De tros moet blijven hangen tot ze wordt vervangen door een nieuwe tros, een jaar later.

Het ophangen van St.Janstrossen bestaat al eeuwenlang. Diverse oude geschriften die teruggaan tot begin 1600 maken melding hiervan. In die tijd was Oerle ook een bekende bedevaartsplek, maar die tijd is allang voorbij. Volgens het volksgeloof beschermde de St.Janstros het huis tegen blikseminslag, ziekten en ander onheil. In onze tijd gaat het meer om het in ere houden van deze bijzondere traditie.

Het gebruik van de St.Janstros heeft zijn oorsprong in de volgende overlevering:
Johannes de Doper was ooit op de vlucht en zocht zijn schuilplaats in een huis. Aangezien het al na zonsondergang was, mochten zijn achtervolgers het huis niet meer betreden. Om 's ochtends zo snel mogelijk bij het juiste huis te zijn, maakten de achtervolgers het huis herkenbaar met een bosje bloemen. De volgende dag zag men tot hun stomme verbazing dat ineens aan alle huizen in het stadje een bloementros hing! Het huis waar Johannes verbleef kon men niet meer terugvinden, zodat Johannes aan zijn achtervolgers kon ontkomen.

Op 24 juni worden tijdens de speciale gildemis (opgedragen aan het nog steeds bestaande St. Jansgilde van Oerle) de meegebrachte St.Janstrossen gezegend. De pastoor gebruikt hiervoor een in wijwater gedompeld palmtakje. Na afloop van de viering brengt het St.Jansgilde op het plein voor de kerk een vendelgroet aan de patroonheilige en de pastoor.
Een vendelgroet is een samenspel tussen tamboers en vendeliers, waarbij de strijd tegen het onrecht en het kwaad wordt uitgebeeld. Het geheel ziet er indrukwekkend uit.

Jaarlijks wordt op de zondag na St.Jan, de laatste zondag van de maand, op de Brink van Zandoerle de St.Jansmarkt gehouden. Deze markt trekt veel bezoekers uit de omgeving.

Johannesaltaar

Sinds 1881 beschikt de St. Jan de Doperkerk te Oerle over een Johannesaltaar: in de voormalige kerk had dit een plaats als zijaltaar; in de huidige (in 1912 voltooide) kerk was het tot 1954 in gebruik als hoogaltaar; vanaf 1954 fungeert het weer als zijaltaar. Het is naar een tekening van architect Lambert Christian Hezenmans vervaardigd door de gebroeders Goossens uit 's-Hertogenbosch en gepolychromeerd door Johannes Adrianus Goossens.

Johannesschotel

Bijzonder is het vieren van de geboortedag van St.Jan. Gebruikelijk is om heiligen alleen op hun sterfdag te herdenken. Bij St.Jan gaat het in Oerle dubbelop. Johannes werd door Herodus onthoofd en zijn hoofd werd volgens overlevering op een schotel gelegd. Op 29 augustus werd in Oerle in vroege tijden tijdens een processie door het dorp aan dit sterven herinnerd door een schotel te tonen met daarop het hoofd van Johannes. 
De Johannesschotel dateert uit het tweede kwart van de 16e eeuw. Het is van gepolychromeerd eikenhout, 36 cm in doorsnee, en is in Brabant vervaardigd. Op deze eenvoudige schotel met brede rand ligt het bebaarde hoofd van Johannes de Doper, met toegeslagen oogleden. Het origineel bevindt zich in het Museum voor Religieuze Kunst te Uden (in bruikleen). In de St. Jan de Doperkerk zelf is een replica aanwezig.

Bronvermelding:

  1. Het Meertens Instituut
  2. Bijnen, J.F.C.M. Jubeljaar 1987. St. Jan de Doperkerk Oerle.
+

Het Mariapad oftewel het 'Hendrine-Peike'

Tussen de Van Vroonhovenlaan en de Kapelstraat-Zuid ligt het Mariapad. Dit pad leidt naar de Meerveldhovense Lambertuskerk met de bedevaartskapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Eik.
Op de hoek van het Mariapad hangt een houten straatnaambordje met de naam 'Hendrine-peike' of in gewoon Nederlands het 'Hendrine-paadje'. 
Het bordje hangt aan de zijkant van het huis aan de Van Vroonhovenlaan 40 en verwijst naar een stukje geschiedenis dat zich rondom dit paadje heeft afgespeeld. 
De huidige bewoonster, mevrouw Toos Louwers (1932) woont vanaf 1959 in dit huis en vertelt…

Mevrouw Louwers vertelt:

'Het huis is in 1919 gebouwd door de familie Louwers. Alle vier kinderen van dit gezin hebben er een tijd gewoond. Hendrine (1875-1962) en Harry (1886-1967) bleven ongehuwd en woonden er het langst.
Mijn echtgenoot, ook een Harry Louwers, was de zoon van Lambertus (1888-1964). Lambertus had vier kinderen, drie dochters en een zoon.'
'Meerveldhoven was toen nog maar heel erg klein en het zag er allemaal heel anders uit dan nu. Daar waar nu de moderne ronde flat staat, was vroeger de tuin van de nonnen. De Mariaschool, een meisjesschool, stond er voor met de ingang aan de Van Vroonhovenlaan. In de buurt stonden boerderijen. Dat is nu allemaal veranderd, maar het 'peike' ligt er nog steeds'.

Het 'peike'

Het paadje naar de kerk was een klein smal modderpaadje. Als je via het paadje ging was je sneller bij de kerk. Het pad liep over het erf van de familie Bazelmans. Dat was dus nog voor de school er stond', vertelt mevrouw Louwers enthousiast verder. 'Mensen kregen in die tijd recht van overpad om op een zo snel mogelijke manier bij de kerk te komen'. Hendrine ging regelmatig over het 'peike' naar de kerk. Ze was voorbidster, dus ging ze vaak het rozenhoedje 1) voorbidden bij begrafenissen of als er iemand bediend werd.
In die tijd werden de banken in de kerk verpacht. Rijke mensen hadden een vast plaatsje in de kerk. Omdat Hendrine voorbidster was, kreeg ze van de parochie een gratis stoel vooraan in de kerk. Normaal zou ze daar 3 cent voor betaald moeten hebben!

Harry, Hendrine's broer, is ook vaak over het 'peike' gegaan. Hem zag je meestal in een drafje over het 'peike' voorbij komen want Harry kwam altijd overal te laat.
Hendrine en Harry hebben er nog gewoond tot 1946, toen zijn ze verhuisd naar een kamer in het klooster van Mariaoord. Hendrine is in 1962 overleden, haar broer Harry vijf jaar later in 1967.

Het bordje op het huis

In de tijd dat Harry en Hendrine nog in het pand woonden heette de Van Vroonhovenlaan nog de Casperlaan. Casper was de voornaam van Van Vroonhoven. De Casperlaan was niet verhard en werd in de volksmond het Strieperspad genoemd. Het pad kwam uit op de Striep. Daar stond de sigarenfabriek en de sigarenstrippers, in het Brabants 'de striepers' liepen dagelijks op dit pad heen en weer van huis naar de sigarenfabriek. Op het huis van Jan van de Velde hing het bordje met de naam 'Striepspad'.
Een eindje verder in de straat was nog een huis met een naambordje de 'Driekesweg'. Het was Toke (Cato) Bazelmans, de overbuurvrouw van Hendrine en Harry Louwers, die op het idee kwam om het 'Hendrine-peike' bordje op te hangen.

'Het is nog jarenlang een modderpaadje met butsen en kuilen gebleven', weet Toos Louwers zich te herinneren. 'Ook toen wij er nog woonden tot ver in de jaren zestig. We stookten het huis toen nog warm met een kachel en ik weet nog goed hoe ik de as verzamelde om in de kuilen van het modderpad te gooien. Het 'Hendrine-peike' is inmiddels geasfalteerd, van modder en kuilen is geen spoor meer te herkennen.
De statige hagen langs het pad staan er nog steeds en het is nog steeds de kortste route naar de kerk

Bronvermelding:

  1. Een rozenhoedje is het derde deel van het rozenkransgebed, bestaande uit vijf Onzevaders en vijftig Weesgegroetjes. De naam is ontleend aan de krans of 'hoed' van rozen waarmee Maria als zinnebeeld van de Kerk, de bruid van Christus, gekroond is. www.katholieknederland.nl
  2. De oude foto's komen uit het album van mevrouw Toos Louwers.
+

Calvarieberg te Zeelst

Locatie

In de oude kern van Zeelst, op de hoek van de Heuvel en de Blaarthemseweg, bevindt zich de H. Willibrorduskerk (1871-1873), een kerk in neogotische stijl. Het diende als vervanging van een eerder kerkgebouw. Het kerkdorp bezit nog steeds een eigen begraafplaats. Deze werd aangelegd ten tijde van de bouw van de kerk. 
Het is gelegen vlak achter de kerk, verscholen tussen het groen en de aanpalende bebouwing. De ingang is zodoende wat lastig te vinden. Toch is het de moeite waard om even een blik te werpen op dit verstilde plekje.

Achtergrond

De eenvoudige begraafplaats is bescheiden van afmeting. Het kavel van een kleine 70 meter breed, net geen vierkant vormend, bestaat uit verschillende perken. 
Een opvallend monument op de begraafplaats is een calvarieberg. Vanaf de toegangspoort van het terrein loopt een pad naar het midden van de begraafplaats, waar tevens de calvarieberg is gelegen. 
De term calvarieberg is afgeleid van de heuvel Golgotha, even buiten de muren van Jeruzalem. Hier is naar zeggen Jezus van Nazareth gekruisigd en gestorven om de zonden van alle mensen op zich te nemen. Volgens een vermelding in de Bijbel was er in de buurt van deze locatie een tuin met een graf, de tuin van Josef van Arimatea. Het graf was uitgehouwen in een rots. In dit graf is Jezus begraven. 
Deze combinatie maakt dat de aanwezigheid van een calvarieberg, al dan niet in combinatie met een rotsgraf, niet ongebruikelijk is op een begraafplaats. Door heel Nederland zijn deze te vinden, veelal in het zuiden van het land, maar ook in de noordelijke provincies.

Beschrijving

In het geval van Zeelst is de Calvarieberg (uit 1905) zo'n 4 meter hoog, excl. het kruis met Christus dat zich bovenop de calvarieberg bevindt. Het kruis is ruim 2 meter lang. 
Aan weerszijden van het kruis staan 2 stenen beelden opgesteld. Aan de linkerzijde Maria en aan de andere zijde Johannes, beiden expressief gebeeldhouwd door lichaamshouding en gezichtsuitdrukking. 
De calvarieberg is gecombineerd met een rotsgraf. Hoewel de calvarieberg is overgroeid met hangplanten, is de ingang duidelijk zichtbaar. Dit komt mede door een helderwit grafmonument dat de ingang markeert. 
Vaak is een calvarieberg opgericht ter opluistering van een of meerdere graven van priesters en/of pastoors, zo ook in Zeelst. In de holle ruimte van het rotsgraf bevindt zich een priestergraf en achterin een witmarmeren beeld van een liggend Christusfiguur. 
Voor de calvarieberg zijn ook een aantal graven aanwezig, allen van priesters en pastoors die in Zeelst hebben gediend. De datering van de graven varieert van 1825 tot ver in de 20e eeuw. 
Deze calvarieberg is de mooiste die Veldhoven rijk is. 
Het is met recht een monument in het groen te noemen!

Bronvermelding:

  1. Jacques Bijnen / Veldhoven 4000 jaar. - Veldhoven : Stichting Historisch Erfgoed Veldhoven, 2005, p. 160: achtergronden bij de bouw van de kerk
  2. Bijbel in de Statenvertaling. - Haarlem : Nederlandse Bijbelgenootschap, 1987. Het Nieuwe Testament, Evangelie van Lucas 23
+

VVV Veldhoven

Meiveld 2, 5501 KA Veldhoven T. (040) 253 29 01 info@vvv-veldhoven.nl